veilig heid@deLaak
Start >> roeizaken >> Instructie >> veilig heid
Veiligheid op het water
Door Hans Imhoff Mijn artikel over de Binnenvaartroeidag in de Laakpraet van juni j.l. heeft de nodige vragen en reactie opgeleverd. Sommige situaties waren niet voor iedereen meteen duidelijk. Vandaar dat ik een aantal zaken nog eens nader onder de loep wil nemen.

Allereerst is gesproken over de 'dode hoek'. Zoals ik reeds schreef, mag op de Vliet gevaren worden met binnenvaartschepen maximaal de volgende afmetingen 70 x 7 x 2,5 meter. Zo'n schip blijkt een dode hoek te hebben van enkele honderden meters voor de boot en enkele meters naast de boot. Het wettelijk maximum van de dode hoek aan de voorzijde mag maximaal 350 meter zijn; dat is dus van ons clubhuis van de Laak tot ongeveer halverwege de nieuwbouw van de Staatdrukkerij. De vuistregel hierbij is dat als jij de schipper in de stuurhut kan zien, hij jou ook kan zien. Ik meld met opzet 'kan', omdat tijdens die binnenvaartroeidag ook bleek, dat hij je dan niet daadwerkelijk hoeft te zien. Doen zich situaties voor die speciale aandacht van de schipper vergen, dan kan het zijn dat hij zijn aandacht heeft gevestigd op iets wat veel verder afspeelt. Bij voorbeeld de doorvaart van een brug. In die gevallen kan hij je makkelijk over het hoofd zien. Denk aan vergelijkbare situaties met vrachtwagens.
De spelregel is daarom: Zorg dat je gezien wordt. Hierbij is zichtbaarheid niet gelijk aan gezien worden. Die zichtbaarheid kun je op verschillende manieren vergroten door het dragen van duidelijk zichtbare kleding en het blijven bewegen van je riemen en je bladen. Vooral bij tegenlicht (als de schipper naar de zon toe of tegen de zon in kijkt) blijkt vooral het draaien van de bladen een aandachttrekker, die vaak eerder opvalt dan de roeier zelf. 's Avonds of bij slecht zicht is een knalgeel of oranje hes c.q. armbanden ook een mogelijkheid. Zorg daarbij steeds dat je in het zicht van de schipper blijft. Duik niet weg in de schaduw van een verbreding of een bocht, maar blijf zo lang mogelijk uit de kant varen. Aan het gedrag van de schipper kun je veelal merken of hij je gezien heeft/wil zien en of hij rekening met je houdt.
Een tweede gedragsregel is daarom: Vaar niet met slecht zicht, omdat je met mist, schemering en donker vaak niet wordt opgemerkt. Ook niet met een rondom schijnend licht.

Nu is misschien ook duidelijk dat als je in de dode hoek terechtkomt de situatie zo is dat zowel binnenvaarder als jij in dezelfde richting varen en dat de binnenvaarder harder vaart dan jij. De aanbeveling van de binnenschippers is, zeker bij een sterke zijwaartse wind (te zien omdat de binnenvaarder dwars in het Rijn - Schiekanaal vaart), de roeier naar de hoge wal (bakboord) te laten uitwijken. Dus alleen tijdens het 'oplopen' (=inhalen) van de binnenvaarder. Daarna keer je dus terug naar stuurboordwal. De reden is dat de stuurinrichting aan de achterzijde van binnenvaarders zit, zodat een binnenvaarder de kop kan laten 'vallen' (naar lager wal kan laten terugzakken). Opsturen vergt echter meer stuurmanskunst en is niet eenvoudig. Dat kan alleen als hij nog voldoende ruimte aan stuurboordzijde heeft. Een binnenschipper houdt de kop, zoals dat heet, daarom liefst een beetje op de wind, zodat hij tijdig en voldoende bij kan sturen.
Blijft de roeier op stuurboord varen dan zal of de binnenschipper geheel aan bakboord moeten gaan varen en tijdig z'n kont naar stuurboord moeten brengen om weer op koers te komen.
Voor de roeier heeft dit als nadeel dat hij echt tussen schip en wal vaart, omdat bij correcties de binnenvaarder wel erg dicht bij kan komen. Een sprong naar de kant is dan wellicht het laatste redmiddel.

Op het Rijn- Schiekanaal is de maximaal toegestane snelheid 12 km p/uur. U heeft dus de keus of harder trappen (haalt de binnenvaarder je niet in) of, als je in de dode hoek komt, uitwijken naar bakboord. Daarbij moet je natuurlijk wel letten op tegemoetkomend verkeer. En vind je dat laatste te eng, maak dan een walletje aan bakboord. Die Binnenvaarder is zo weg en jou erg dankbaar.

Overigens ben ik er op gewezen dat ik wat bruggen door elkaar heb gehaald. De vraag om doorzichtige wanden te plaatsen was niet bij de Trambrug, maar het gaat om de hoge fietsersbrug voorbij Delft; de Hambrug.

Tenslotte voor al degenen, die de theorie nog eens rustig willen bekijken (beschreven en verluchtigd met tekeningen) die zoekt op Internet bij de DDS-site. Op deze site staat onder de knoppen 'Links' en vervolgens 'DDS archief' de rubriek 'Veiligheid': http://www.rv-dds.nl/Nieuws/Veiligheid.pdf. (of deze) Ik zou het een ieder aanraden.
Uit eigen ervaring blijkt toch steeds weer dat goed kijken en voldoende afstand houden het meest belangrijkste is.

Inloggen